Kinderen en verlies

Kinderen houden vaak hun reacties op verlies achter. Naast gevoelens van eenzaamheid en het idee ‘anders te zijn’, kunnen ze heel vrolijk gedrag vertonen, waardoor de pijn vanbinnen niet altijd zichtbaar is. Soms ziet men woedebuien, de andere dag een eerder teruggetrokken kind… Er kan gewacht worden met begeleiding tot bezorgdheden de kop opsteken. We merken na een verloop van tijd dat kinderen niet leren om hun emoties in de hand te houden, waar ook het gezin uiteindelijk geen weg meer mee weet. Er kan ook begeleiding worden ingeschakeld om de problemen voorkomen. Met behulp van tekenen, spelvormen en andere toegepaste methoden kunnen kinderen begeleid worden bij hun verlies.

Doelgroep: Kinderen vanaf de lagere schoolleeftijd (6-12 jaar)

Jongeren en verlies

Jongeren zijn vaak erg zoekende naar een manier om ‘goed’ om te gaan met zijn of haar verdriet en gemis. Een complexiteit aan gevoelens, waarbij de vraag wordt gesteld: “Wat voel ik nu concreet? Waarom ik?”. Hun levensfase wordt gekenmerkt door het loskomen van opvoedingsfiguren, het bevorderen van de zelfstandigheid en het optrekken met leeftijdsgenoten. Een verlieservaring, in welke vorm dan ook, maakt dat dit proces niet gemakkelijk verloopt, waarbij hij of zij soms geen weg weet met zichzelf. Hij of zij blijft vaak achter met een verward gevoel, een last op de schouders en vele, onopgeloste vragen.

Samen met de jongeren gaan we op zoek naar een manier om met het verdriet en gemis om te gaan die voor hem of haar goed aanvoelt. Er zijn geen twee mensen die op dezelfde manier rouwen. Je kan het vergelijken met vingerafdrukken: iedere vingerafdruk is anders. Iedereen rouwt op zijn of haar manier. De manier van rouwen past bij de persoon net als de muziek die hij of zij kiest, de kleren die hij of zij koopt,…

Doelgroep: Jongeren vanaf 12 jaar

Zoals eerder aangegeven, zijn kinderen en jongeren deel van een gezin. Het gedrag dat zij vertonen heeft rechtstreeks effect op het functioneren van broers, zussen en ouders onderling. Een rouwervaring, op welke manier dan ook, laat ook onrust na binnen het gehele gezin. Ieder individu is daarbij zoekende naar een manier om met de pijnlijke ervaring om te gaan, wat soms erg kan verschillen tussen personen. Om een individueel proces met een kind of jongere werkbaar te maken, is ook de betrokkenheid van het gezin noodzakelijk. Zo zal er eerst een verkennend gesprek met de ouders (en het kind) plaatsvinden, waar de hulpvraag samen wordt bekeken. Dan volgt een periode waarbij het kind wekelijks of om de 14 dagen bij de therapeut langskomt. Na ongeveer 5 sessies, afhankelijk van hoe de begeleiding verloopt, wordt er opnieuw een gesprek met de ouders ingepland. Op deze manier krijgt de therapeut zicht op de eventueel aanwezige evolutie binnen het thuismilieu. Daarnaast bekomen alsook de ouders meer informatie omtrent het begeleidingsproces.

Indien therapie voor het hele gezin alsnog meer aangewezen is, kan dit verder besproken worden. Voor meer informatie zie ‘Relatie en – gezinstherapie’.